Parkstad Limburg is een oude mijnstreek en de mijnindustrie heeft zijn sporen in het landschap achtergelaten. Vóór de mijnindustrie werd er in het gebied vooral landbouw bedreven. Door de mijnindustrie kreeg de regio echter een stedelijker karakter. Steden werden rond of in de buurt van de grote mijnfabrieken gevormd. Het ‘zwarte goud’ bleek winstgevend te zijn en de economie van de regio bloeide op. Na enkele jaren van steenkoolwinning was de mijnindustrie niet meer rendabel. en sloten de mijnen tussen 1965- 1975 voorgoed hun deuren.
Door de mijnindustrie was het landschap onherkenbaar veranderd. Fabrieken en grote steenkoolbergen ontsierden het landschap. In samenwerking met de overheid werd een groot herstructureringsprogramma opgezet om een groen gebied te creëren waar geen sporen van het mijnverleden meer te zien zouden zijn. Alle mijngebouwen werden opgeruimd, bijna alle steenbergen afgegraven of omgetoverd in groene heuvels en de slikvijvers werden gedempt. Na 10 jaar zagen we het resultaat: Parkstad werd één van de groenste stedelijke gebieden van Nederland. Daarmee is echter ook veel industrieel erfgoed verdwenen. Kenmerken van het mijnverleden zijn nu alleen nog te zien aan de schachten, die bewaard zijn als monumentaal erfgoed van onze streek. Projecten als de Groenmetropool en Mijnwaterproject richten de aandacht op overblijfselen en blijvende (landschaps)karakteristieken uit deze tijd en halen letterlijk nieuwe energie uit oude bronnen. Eind 2008 is het mijnwaterproject afgesloten en zorgt een nieuw bedrijf, CorioEnergy, als eigenaar van de putten en het ondergrondse netwerk, dat de investeringskosten van het mijnwaterproject worden terug verdiend.